Ingrediënten voor een taart van ongeveer 20 cm (of ietsje minder):
Deeg
- 120 g bloem
- 10 g kristalsuiker
- 25 g melk
- 35 g ei
- 5 g gist
- 2 g zout
- 60 g boter
- 100 g bruine suiker + 50 g kristalsuiker
- 15 g bloemsuiker + 15 g amandelpoeder (broyage)
- 25 g room
- een beetje losgeklopt ei
Deeg
- Maak de taartdeeg door de bloem samen te voegen met de gist, het ei, de suiker, de melk, het zout en de boter
- Het deeg wordt kort gekneed, maar mag nog plakken
- Bebloem een handdoek en leg hier het deegbolletje in
- Laat dit geheel een uurtje afkoelen en opstijven in de koelkast
- Verdeel het deeg in 2 delen: 1/3 en 2/3
- Rol het 2/3 deel uit tot 33 mm en bekleed hiermee een beboterde en bebloemde bakvorm van 20 cm doorsnede met een hoge rand (bijvoorbeeld 1,5 cm)
- Het overtollig deeg wordt voorlopig niet weggesneden
- Strijk de rand in met losgeklopt ei
- Breng 120 g van het suikermengsel aan op de bodem van de taart
- Verdeel hierover de broyage en verspreid ten laatste hierover ook de room
- Rol het restende deegstukje ook uit (2 mm), plooi het deeg in 4 en prik enkele gaatjes in de spie deeg
- Leg de spie deeg op de taart en vouw terug open, zodat de twee lappen deeg aansluiten aan elkaar
- De zijkanten dienen goed aangeduwd te worden en het overtollige deeg wordt verwijderd
- Strijk de bovenkant van de taart in met losgeklopt ei en verdeel hierna de rest van het suikermengsel over de taart
- Bak de taart in een voorverwarmde oven van 200°C gedurende 20 minuten
- Laat de taart voldoende afkoelen alvorens ze aan te snijden, zodat de suiker binnenin een soort pasta kan vormen